Deze bijzondere dieselmotor heeft in het verleden enkele kilometers verderop een klein poldergemaal aangedreven.
Net als bij de stoomtechniek was ook deze vinding in Engeland kwalitatief al verder ontwikkeld voordat we er in Nederland mee begonnen. Dat dieseltechniek het van stoom won, is te danken aan: – een hoog rendement qua brandstof. De warmtebron zit hier immers net als bij de andere explosiemotoren in de cilinder, waarin ook de ontploffing van het olie/luchtmengsel plaats vindt.
• het grote bedieningsgemak
• de eenvoudige bouw van de motor
• de koudstartende motor, dus zonder tussenkomst van voorgloeien, startlonten e.d.
Het grote zware vliegwiel bij stationaire ééncilinder motoren is noodzakelijk om de enorm hoge compressie op te kunnen brengen ter voorbereiding van de volgende explosie. Deze machines zijn te zwaar om even met de hand aan te slingeren. Een startmotor bestond nog niet. Daarvoor in de plaats gebruikte men extreem samengeperste lucht om, met de zuiger in de juiste stand, de motor als het ware aan te blazen. Met één zwieper moest de motor lopen, anders was het eindeloos lucht samenpersen voor een volgende poging. Dit gold ook voor de oudere meercilinder machines. Voor je deze motoren afzette, moest je dus zorgen dat de persluchtvoorraad weer was aangevuld met behulp van een compressor die door de dieselmotor zelf werd aangedreven.
Hoe valt te verklaren dat in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw de dieselmotor bij veel gemalen in ons land de functie van de stoomaandrijving overnamen? Vanaf de 16e eeuw werd laag-Nederland door bemaling droog gehouden. De ooit meer dan 1000 poldermolens die hiervoor zorgden, werden vanaf omstreeks 1850 meer en meer verdrongen door stoomgemalen. De introductie rond 1900 van de verbrandingsmotor en de elektromotor in de bemalingstechniek luidde het einde in van het gebruik van stoomaandrijving. Van de ooit meer dan 100 stoomgemalen zijn er thans negen over, waarvan er nog slechts één functioneel is. Op zijn beurt wachtte de verbrandingsmotor een zelfde lot. Als gevolg van de uitbreiding en versterking van het elektriciteitsnetwerk heeft de elektromotor bij veel gemalen de aandrijving van de verbrandingsmotoren (meestal een dieselmotor) overgenomen. Daarnaast hebben andere historische- en technische ontwikkelingen, zoals de beide oliecrises van 1973 en 1979 en de opkomst van de automatisering van de bedrijfsvoering, milieueisen en regelgeving rondom de arbeidsomstandigheden van het bedienend personeel hierbij een grote rol gespeeld. Een bijkomend aspect is dat er op een gegeven moment geen reserveonderdelen meer voorhanden zijn. Het aantal door dieselmotoren aangedreven gemalen in ons land is dientengevolge enorm snel afgenomen. Dieselmotoren als hoofdaandrijving zijn in gemalen een zeldzaamheid geworden. Veel van de dieselmotoren in Nederland zijn gemaakt door Crossley Brother Ltd., in Manchester, Engeland. Deze fabriek is in 1867 gestart en heeft tot 2009 motoren gemaakt; in deze periode werden er zo’n honderdduizend gefabriceerd. Over de stichters van de Crossley-fabriek is bekend dat het zeer principiële christenen waren. Zo weigerden zij motoren te verkopen aan bierbrouwerijen. Met de productie van oorlogsmateriaal, waaronder tanks, hadden de latere eigenaren van het bedrijf echter geen problemen!