Van moeras tot polder

Een stukje geschiedenis; wat er aan het Gemaal vooraf ging

De Waarden rond Haastrecht

Gemaal De Hooge Boezem is gelegen in de kom van het stadje Haastrecht, aan de Vlist. De Vlist vormt de scheiding tussen de Lopiker- en de Krimpenerwaard en heeft van oudsher een belangrijke rol gespeeld in de afwatering van vooral de Lopikerwaard.
Naast de plaats waar nu het Gemaal staat, werd al sinds 1155 met een uitwateringssluis het polderwater naar de Hollandsche IJssel gevoerd. Het Gemaal zelf dateert van 1872.

Ontstaan van het “slagenlandschap”

In beide waarden was het bodemniveau rond het jaar 1000 2,5 tot 4 meter hoger dan nu. De streek was een moerasgebied met struikgewas, riet en zegge. De helling van het land (iets aflopend naar het noord-westen) bracht het water uit Lopiker- en Krimpenerwaard op natuurlijke wijze naar de rivieren Lobeke, Vlist en IJssel en niet of nauwelijks naar de Lek.
Vanaf het jaar 1000 kwamen groepen kolonisten het land ontginnen ten behoeve van akkerbouw. Hun percelen lagen loodrecht op bestaande wateren als Vlist en IJssel en hadden in deze omgeving veelal een vaste maat: ongeveer 110 meter breed en 1250 meter diep. Langs de perceelgrenzen groef men sloten voor afwatering. Vanaf die tijd dateert het typische, nog goed zichtbare “slagenlandschap”met op regelmatige afstanden gelegen paralelle sloten.

Bodemdaling, kaden en dijken, windbemaling

De grondslag in deze streek is laagveen. Ontwateren van veengrond heeft bodemdaling tot gevolg. Deze bodemdaling is gestart tijdens de middeleeuwse ontginningen en duurt tot op de dag van vandaag voort.
Al vanaf de vroege middeleeuwen moest het verlaagde land met kaden (later dijken) worden afgeschermd tegen hoge rivierstanden. Bij Haastrecht zorgde vanaf 1185 een keersluis ervoor dat het in de Vlist verzamelde polderwater bij eb naar de IJssel kon afvloeien en bij vloed niet in de Vlist terugstroomde.
Voortgaande bodemdaling maakte vanaf de late middeleeuwen windbemaling nodig om
het water uit de dieper wegzakkende polders naar de Vlist op te voeren. Ook de Vlist kreeg
toen een kade en werd zo een “boezem”, een reservoir voor af te voeren water.

Hooge Boezem achter Haastrecht met 7 boezemmolens

De ontwatering van de polders leverde een steeds verdere daling van het maaiveld op. In de 15e eeuw ontstonden hierdoor problemen bij de afwatering van de Vlist op de IJssel. Een simpele (niet goedkope) oplossing was om het water uit de Vlist eerst op een hogere plaats te bergen, zodat het vervolgens goed naar de IJssel kon afvloeien. Daartoe legde men in 1486 langs de Vlist bij Haastrecht een nieuwe waterberging aan: de Hooge Boezem achter Haastrecht. Rond 1450 kon niet meer worden volstaan met natuurlijke afwatering, want het niveau van de waarden was lager gekomen dan dat van de rivieren. Bemaling met molens gaf uitkomst! Het water werd dus eerst vanuit de aangrenzende polders met molens naar de Vlist gebracht (eerste trap) en werd dan met nog eens 7 zogenoemde boezemmolens uit de Vlist naar de Hooge Boezem opgemalen (tweede trap).


Molen1

Boezemmolens langs de Vlist


Molen

De zesde Boezemmolen

Van de 7 boezemmolems is alleen de stenen zesde molen bewaard gebleven. Van de overige 6 molens zijn de fundamenten nog te zien als verhogingen in het land, soms met watergang en de resten van een kademuur.
Het was in 1486 de eerste keer in Nederland (en waarschijnlijk ook ver daarbuiten) dat een dergelijke getrapte molenbemaling werd uitgevoerd. Nadien is het systeem van getrapte windbemaling op veel plaatsen toegepast, ook elders rondom Haastrecht.

 De Waaiersluis: begin van het einde van de molenbemaling

Oostelijk van Gouda werd in de Hollandsche IJssel in 1860 de Waaiersluis aangelegd. Aan de oostzijde van de sluis kon hiermee een hoger rivierpeil worden ingesteld. De grotere, steeds dieper stekende schepen hadden hieraan behoefte.
De permanent hogere rivierstand bemoeilijkte echter sterk de moegelijkheid om met windwatermolens het water naar dit hogere IJsselpeil op te voeren. Ook de windbemaling via de Hooge Boezem achter Haastrecht dreigde te stagneren.

Gemaal De Hooge Boezem achter Haastrecht

In 1872 werd daarom bij De Hooge Boezem een hulpstoomgemaal gebouwd: Gemaal De Hooge Boezem achter Haastrecht. Aanvankelijk werkte dit gemaal met één stoommachine en een scheprad als extra afwatering, naast een steeds moeizamer verlopende afvoer via de Hooge Boezem. In 1914 werd het gemaal met twee stoommachines en centrifugaalpompen uitgerust en werd de bemaling via de Hooge Boezem gestaakt.

Print Friendly, PDF & Email