De voortgaande ontwatering van de polders leverde een steeds verdere daling van het maaiveld op. In de 15de eeuw ontstonden hierdoor problemen bij de afwatering van de Vlist op de Hollandsche IJssel. Een simpele (niet goedkope) oplossing was om het water uit de Vlist eerst op een hogere plaats te bergen, zodat het vervolgens goed naar de IJssel kon afvloeien. Daartoe legde men in 1486 langs de Vlist bij Haastrecht een nieuwe waterberging met een oppervlak van 49 hectares aan, de Hooge Boezem achter Haastrecht. Het water was dus eerst vanuit aangrenzende polders met molens naar de Vlist gebracht (eerste trap) en werd dan met zogeheten boezemmolens uit de Vlist naar de Hooge Boezem opgemalen (tweede trap). 
Foto genomen op de Westvlisterdijk in noordelijke richting. Rechts 3 hoge boezemmolens (rechtsachter de 6de molen waarvan nu de stenen romp er nog staat), links de molen van polder Vlist westzijde (1ste trap).







